Auteursrechtinbreuk op internet

Internet maakt het eenvoudig om inbreuk te plegen op andermans auteursrechten. Een fotootje is zo gekopieerd. Tegelijkertijd maakt het internet het lastig om online inbreuken te ontdekken en auteurs-rechten te handhaven, want wie is toch de houder van dat anonieme account? Daarbij komt nog dat de inbreukmaker zich vaak van geen kwaad bewust is. Hoe handhaaf je als fotograaf jouw auteursrechten op internet? Daarover gaat deze bijdrage. tekst: Jeroen Lubbers, Dirkzwager advocaten

0
auteursrecht
FOTO: BECCA TAPERT © UNSPLASH

Het is maar één fotootje, dat is toch geen inbreuk?

Al sinds de opkomst van het internet lopen auteursrechthebbenden ertegen aan dat het makkelijk is om inbreuk te plegen. Een foto is zo overgenomen (rechtermuisklik, ‘kopiëren’ en ‘plakken’) en het is technisch vrijwel onmogelijk om overname van foto’s te voorkomen.(1) Bovendien lijken veel mensen zich niet bewust van het feit dat de overname van een foto – zonder toestemming – als uitgangspunt een auteursrechtinbreuk is. Ik kom in mijn praktijk dan ook weleens de vraag tegen of het ‘per ongeluk’ overnemen van een auteursrechtelijk beschermde foto een inbreuk is. Hoe zit dat?

Het auteursrecht op foto’s brengt met zich mee dat jij uitsluitend mag bepalen wie jouw foto’s verveelvoudigt en/of openbaar maakt.(2) Dat auteursrecht geldt ook op internet. Derden mogen jouw foto’s (online) dus niet hergebruiken, tenzij jij daarvoor toestemming hebt gegeven. Het is daarbij niet relevant of de inbreukmaker ‘te goeder trouw’ is. Opzet of kwade trouw is geen vereiste voor auteursrechtinbreuk.

Die vraag is ook in de rechtspraak al vaker beantwoord. Zo sprak een professioneel fotograaf in 2011 een osteopaat aan die een aantal van zijn of haar foto’s op zijn website had overgenomen. Het betroffen foto’s van handen.(3) In de juridische procedure die de fotograaf start, voert de osteopaat het verweer dat hij ‘te goeder trouw’ was, en niet opzettelijk inbreuk heeft gemaakt.

Het Hof gaat niet mee in dat verweer:
“de Auteurswet [vereist] voor inbreuk geen opzet of kwade trouw.” Van een profes­sional mag je verwachten dat hij onderzoek doet naar de herkomst van de foto’s die hij overneemt: “gedaagde [lees: de osteopaat] is een professionele ondernemer zodat van hem mocht worden verwacht dat hij zich ervan had vergewist of de onderhavige foto’s auteursrechtelijk beschermd zijn en wie de maker is van de desbetreffende foto’s alvorens tot openbaarmaking daarvan over te gaan. Aan deze onderzoeksplicht heeft gedaagde niet voldaan.”

Overigens geldt die onderzoeksplicht doorgaans ook bij particulieren, die dus geen ‘professioneel ondernemer’ zijn.
Kortom, als inbreukmaker kom je er niet mee weg dat je niet wist dat de foto beschermd was. Bovendien kun je doorgaans eenvoudig vaststellen dat jouw foto is gekopieerd en overgenomen. Echter, als je de inbreukmaker wilt aanspreken, dan moet je wel eerst weten wie de inbreukmaker is. En daar loopt het soms spaak.

auteursrecht
Dit is niet de foto bedoeld in het Handen-arrest. FOTO: ROMAN KRAFT © UNSPLASH

Anonimiteit op het internet

Het internet biedt veel anonimiteit aan inbreukmakers. Internetters maken daar graag gebruik van door accounts aan te maken onder een valse naam. Het is vrij eenvoudig om een niet-traceerbaar profiel aan te maken en daarmee op inbreukmakende wijze foto’s over te nemen. Gelukkig sta je als rechthebbende juridisch niet met lege handen.

In het zogenoemde Lycos/Pessers-arrest heeft de Hoge Raad geoordeeld dat een internettussenpersoon, zoals Google of Facebook, onder omstandigheden verplicht is om identificerende NAW-gegevens te verstrekken van iemand die onrechtmatig handelt, mits de benadeelde – heel kort door de bocht – kan aantonen dat hij niet op een andere wijze kan achterhalen wie de anonymus is.(4) Er wordt sindsdien regelmatig een beroep gedaan op het Lycos/Pessers-arrest, ook in zaken over auteursrechtinbreuken. Als jouw foto’s op internet door een anoniem (of vals) profiel worden gekopieerd, dan kun je dus het publicatieplatform aanspreken.

Ondanks de rechtspraak op dit gebied, blijkt het in de praktijk vaak lastig om een internetplatform ertoe te bewegen om vrijwillig NAW-gegevens van de inbreukmaker  te delen. Platforms beroepen zich op de privacyrechten van hun klanten en melden dat zij alleen gegevens verstrekken op bevel van de rechter.(5) En dat is een heikel punt, want alleen de rechter kan in zijn vonnis een platform dwingen om informatie over haar klanten te verstrekken. Als het platform niet bereid is vrijwillig de verzochte informatie te verstrekken, dan dien je dus een juridische procedure starten teneinde de NAW-gegevens te achterhalen.

Onthoudingsverklaring, schadevergoeding en juridische kosten

Als je de identiteit van de inbreukmaker (uiteindelijk) kent, dan verstuur je hem of haar een sommatiebrief. In de sommatiebrief licht je de inbreuk toe en stel je een uiterste termijn voor (onder meer) het staken van de inbreuk (het verwijderen van de foto’s), het betalen van een schadevergoeding en het vergoeden van de gemaakte (juridische) kosten. Je hebt er daarnaast recht op een onthoudingsverklaring, waarmee de inbreukmaker verklaart dat hij geen nieuwe inbreuken zal plegen.

De hoogte van de schadevergoeding die je kan vragen hangt af van de schade die je daadwerkelijk hebt geleden. En dat is in de praktijk vaak lastig vast te stellen. Als je jouw foto’s commercieel verkoopt, dan kan je aansluiten bij het tarief dat je normaal gesproken vraagt. Exploiteer jij je foto’s daarentegen niet, dan zal je een ander aanknopingspunt moeten vinden om de schade te begroten. Fotografen die niet bij hun eigen tarief kunnen aansluiten, beroepen zich daarom vaak op de Foto Anoniem-tarieven.(6) Voor de (juridische) kosten geldt dat je in principe recht hebt op de werkelijk gemaakte kosten, mits deze ‘redelijk en evenredig’ zijn.

Een sommatiebrief blijkt in de praktijk goed te werken. Veel inbreukmakers ‘schrikken’ daarvan en verwijderen dan de inbreukmakende foto’s in de gedachte dat het voor het overige dan wel los zal lopen. Maar als rechthebbende houd je recht op betaling van de schade- en kostenvergoeding en ondertekening van de onthoudingsverklaring.

Blijft de inbreukmaker onwillig, dan dien je een juridische procedure te starten, waarbij je de rechter vraagt de inbreukmaker te veroordelen tot betaling van een schade- en kostenvergoeding. In auteursrechtzaken kun je de rechter vragen om de inbreukmaker te veroordelen de volledige (dat wil zeggen ‘redelijke en evenredige’) proceskosten te betalen.(7)

Ten slotte nog een punt van aandacht.
Uit een beknopt onderzoek van enkele jaren geleden, blijkt dat rechters vaak een lagere schadevergoeding toekennen als de inbreukmaker de inbreuk meteen staakt (dus de foto verwijdert) nadat hij op de inbreuk is gewezen.(8)
Als de inbreuk al is gestaakt, maar er nog niet is betaald, kun je je dus afvragen of een juridische procedure niet meer geld gaat kosten dan het oplevert. Dan geldt: principes zijn duur.

Noten
1. Het is technisch mogelijk om het overnemen van foto’s te bemoeilijken, maar voorkomen is onmogelijk. In het uiterste geval wordt een foto van het scherm gemaakt.
2. Behoudens enkele uitzonderingen, zoals het recht op een privékopie, van citaatrecht en parodie.
3. Gerechtshof Amsterdam 17 juli 2012, IEPT 20120717; vandaar dat de uitspraak inmiddels ook beter bekend staat als het ‘Handen-arrest’.
4. Hoge Raad 25 november 2005, ECLI:NL:HR:2005:AU4019 (Lycos/Pessers).
5. Als het internetplatform onder de genoemde rechtspraak verplicht is om NAW-gegevens te verstrekken, dan ‘wijkt’ het privacyrecht daarvoor.
6. Dit betreft een publicatie van de stichting Foto Anoniem, waarin ‘gebruikelijke’ tarieven zijn opgenomen voor het mogen gebruiken van foto’s waarvan de rechthebbende niet kan worden achterhaald.
7. Let op: in zeer eenvoudige zaken waarbij bijv. één foto is overgenomen, wijst de rechter doorgaans slechts het ‘liquidatietarief’ toe. Dat is een veel lagere kostenvergoeding.
8. K.E. Sandvliet & A.P. Engelfriet, ‘Vaststellen van schade bij online auteursrechtinbreuk’, AMI 2012/5.

Focus 1 2019

Dit artikel over auteursrecht is eerder verschenen in Focus 1 – 2019

Geef een reactie