NIDF-norm: JPEG-compressie

0
30
1-6-2013, de Caledonian MacBryne veerboot van Oban naar Lochboisdale op Suouth Uist.

Het systeem waarmee foto’s efficiënt kunnen worden opgeslagen heet compressie. Hierbij wordt gebruik gemaakt van wiskunde om te herkennen welke verschillen binnen een afbeelding zo klein zijn dat je het eigenlijk niet zo nauwkeurig hoeft op te slaan. Dat daarbij wel kleine verliezen in de kwaliteit van een afbeelding optreden wordt voor lief genomen omdat de winst in de vorm van ruimtebesparing bij opslag en tijdwinst bij de communicatie van een groter belang wordt geacht.

Omvang

De relatie tussen bestandsgrootte en de keuze voor een instelling bij de compressie in Photoshop lees je in de bestandsnamen:

Hoe klein een bepaalde foto wordt, als het als een JPEG-bestand wordt opgeslagen, hangt af van twee dingen: de complexiteit van de afbeelding en de keuze voor de mate van compressie. Dat laatste kan beter worden gezien als een keuze voor het behoud van een bepaald kwaliteitsniveau.
De complexiteit van een foto zit in de hoeveelheid detail. Hoe scherper een foto des te lastiger de compressie gaat, met als resultaat dat je niet vooraf kunt weten welke omvang een JPEG-versie van een bepaalde foto zal krijgen.

De keuze voor een bepaald kwaliteitsniveau zorgt ervoor dat alle foto’s even goed bewaard blijven, maar dat de omvang van de bestanden op je opslagmedium zal wisselen. Onscherpe en heel donkere foto’s nemen na de JPEG-compressie veel minder ruimte in dan heel scherpe en heldere foto’s. Dat komt omdat de rekenmethode die voor de compressie wordt gebruikt zo is verzonnen dat er rekening wordt gehouden met onze eigen waarneming van scherpte en in heldere stukken van een foto zien we die nu eenmaal beter dan in de schaduwen. Bovendien is er in onscherpe stukken van een foto niet zoveel te verliezen.

Verloop

De export vanuit Lightroom, met een lijst kwaliteiten en bestandsgroottes:

De enige uitzondering op de compressie van onscherpte zie je terug wanneer je een foto hebt met een rustig verloop in een kleur, zoals in een blauwe lucht. Er is daar geen echt detail of scherpte, maar wel een heel mooi en erg goed waarneembaar verloop. Kies je een te hoge compressie, dus een te lage kwaliteit, dan zie je dat het verloop uit elkaar valt in duidelijk zichtbare banden van een kleur.

Software

Gelukkig is de JPEG-methode keurig als een open en gratis standaard vastgelegd. Er ontstaan eigenlijk nooit problemen met een bestand dat door het ene programma is bewaard en door een ander geopend moet worden. Wat wel onduidelijk is, is de kwaliteitsschaal omdat niet alle programma’s dezelfde indeling aanhouden.
Een makkelijke vergelijking is die tussen Photoshop en Lightroom, ook al omdat je hierbij zou kunnen aannemen dat precies dezelfde wiskundige formules worden gebruikt. Alleen loopt de schaal bij Photoshop van 0 – 12 en bij Lightroom van 0 – 100. Een beetje raar natuurlijk. Wanneer je ervan uitgaat dat de omvang van het JPEG-bestand van precies dezelfde foto een goede aanduiding voor de kwaliteit is, dan blijkt dat kwaliteit 20 in Lightroom een even slecht resultaat oplevert als de keuze voor 2 in Photoshop.

Zo’n enorme compressie, waarbij een bestand dat 54 MB groot is als TIFF-bestand als net iets minder dan 700 KB wordt opgeslagen, kan natuurlijk niet plaatsvinden zonder zichtbare aantasting van de kwaliteit. Photoshop kwaliteit 6 valt ongeveer samen met kwaliteit 60 uit Lightroom, en dat is ongeveer de grens waar er nog wel duidelijk kwaliteitsverlies is, maar niet meer zo ernstig dat het resultaat onbruikbaar is geworden.
Dan verspringen de waarden wat:
– Photoshop kwaliteit 9 komt overeen met 70 uit Lightroom,
– PS-10 met LR-80,
– PS-11 met LR-90 en
– PS-12 met LR-100.

Bij die laatste keuze wordt het bestand ruim 10 MB groot. Maar het kwaliteitsverschil met de 2,8 MB die je krijgt bij Photoshop kwaliteit 9 is erg klein. Kwaliteit 8 is in de regel ook goed genoeg, een lagere kwaliteit zou ik alleen kiezen als het om de één of andere reden echt nodig is je bestanden nog kleiner te krijgen.

De allerlaagste kwaliteit in Photoshop. Hier zie je in de voorvertoning de problemen in het verloop in de blauwe lucht.

Openen en weer bewaren

JPEG is een heel handig bestandsformaat om foto’s te bewaren als ze echt ‘af’ zijn, als er kortom geen aanpassingen meer aan gedaan hoeven te worden. Tot die tijd is het RAW-formaat van de digitale camera met afstand het efficiëntst. Dat 54 MB grote 8-bits TIFF wordt gemaakt uit een DNG-bestand van 18 MB, waar in principe ook nog meer informatie in zit.
Wanneer je een JPEG-bestand opent, er iets aan wijzigt en het opnieuw bewaart neemt de kwaliteit iets af, afhankelijk van de gedane aanpassingen. Vooral het maken van een andere uitsnede pakt dan nogal slecht uit. Wanneer je het bestand alleen maar opent en weer sluit verandert er natuurlijk niets aan het bestand, ook al zijn er wel mensen die nog denken dat dat wel zo is.


Meer informatie over de aspecten die in de NIDF-norm worden behandeld vind je op deze pagina’s:

De inrichting van je werkplek

De kalibratie van het beeldscherm

Kleur en witbalans

Bestandsformaten

JPEG compressie en kwaliteit

DNG varianten


Terug naar de basispagina NIDF-norm:

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Geef je reactie!
Schrijf hier je naam