Architectuur­fotografie, de geheimen achter een specialisme

Het is dé ultieme wensdroom van elke urbexfotograaf: je krijgt de sleutel van een elektriciteitscentrale die al 25 jaar leeg staat. Je kunt overal rondkijken en fotograferen. Er ligt een laag stof op bureaus, apparatuur en machines. Je neemt er de hele dag de tijd voor; interieur en exterieur worden uitputtend gefotografeerd. Er zijn fotografen die dit regelmatig doen. tekst en beeld: Mich Buschman

0
269
architectuur

Voor architectuurfotografie ben ik tweemaal met de vaste fotograaf van de Stichting BOEi (Ontwikkeling en Exploitatie van Industrieel Erfgoed), Jan van Dalen, mee geweest. De eerste keer naar Leeuwarden, naar de afbouw van de voormalige gevangenis De Blokhuispoort, en de tweede keer naar het terrein en een leegstaand gebouw van de voormalige ENKA-fabriek in Ede. Het tweede bezoek koppelde ik aan de Tilt & Shift lenzentest, die, net als dit artikel, in Focus 9-2018 te vinden is. Sinds twee jaar komt Jan op deze immense bouwlocatie en hij heeft alle stadia, van verkenning tot en met de restauraties en nieuwbouw, vastgelegd. Let wel: op relevante momenten. Hij groet en kent de opzieners, de architecten en veel van de werklieden. Af en toe op warme saucijzenbroodjes trakteren en portretten die je van de mensen op de bouw maakt naar hen toe sturen levert de fotograaf veel goodwill op. Hij voelt zich als een vis in het water, en in het nu bijna lege gebouw, kijkt hij onderzoekend rond. Hij wijst mij op restauraties en ik maak hem wegwijs met de 17 en 24 mm Canon TS-E lenzen. Mijn werkwijze is volgens hem (te) tijdrovend, maar het secuur vaststellen van de opnameplekken hebben we gemeen en die zijn soms overeenkomend, soms verschillend. Het standpunt iets naar rechts, hoger of lager leidt tot verschillende effecten: Laat je bijvoorbeeld zuilen overlappen of toon je ze los van elkaar? Heel boeiend. Kijk je ‘met informatieve ogen’ of ‘met kunstzinnige’? Het is een uitgemaakte zaak dat we beiden vanaf een statief fotograferen. Om trillingen buiten te sluiten gebruikt Jan een elektrische draadontspanner, ik de zelfontspanner. Standaard fotografeert Jan met de Canon F2,8/24-70 mm II en de F4/70-200 mm EF-lenzen. Er gaan vijf extra accu’s en twee lege 64 Gb kaartjes mee. Er wordt alleen in raw gefotografeerd. Op steigers en moeilijke plekken voor een statief, op 35 meter hoogte in een kerktoren bijvoorbeeld, of op een smalle steiger gebruikt hij een Olympus OM-D E-M1 Mark II met F4/12-100 mm IS PRO M.Zuiko lens. Verderop lees je wat er zoal nog méér mee moet.

urbex
De weergave van de diepe kelder was het aandachtspunt, de bewerking een keuze.
HALLGRIMSKERK
Eind september, 17.00 uur, de blauwe lucht én het zonlicht brachten me de perfecte voorwaarden voor plastiek in het onderwerp. HALLGRIMSKERK IN REYKJAVIK MET HET STANDBEELD VAN LEIF ERIKSSON.

Standpunt
Bij het bekijken van architectuur- en
interieurfoto’s valt op, dat de meer
interes­sante beelden vanaf bijzonde- re, uitgekiende standpunten zijn gemaakt. Dat kan vanuit een tegenoverliggend gebouw zijn vlak voor de sloop, of een opname vanaf een steiger. Soms vanuit een vliegtuigje en ook steeds vaker vanuit een drone. Wij gewone stervelingen doen het vanaf de grond, heel herkenbaar omdat ook anderen vanuit die hoogte het object zien. Een fotomast, bruikbaar tot zo’n 8 meter hoogte, is zo gek nog niet, maar lange sluitertijden zijn door trillingen uitgesloten. Dan resteert de dag, met voldoende licht. Mijd de voor de hand liggende standpunten als het puur om het eigen fotoplezier gaat. Werk je in opdracht, dan zul je vaak meer herkenbare standpunten moeten kiezen: de entree, een overzicht van de ruimte: diagonaal en symmetrisch, enzovoorts.

Harpa in Reykjavik
Het concert- en congrescentrum Harpa in Reykjavik. Iets over achten was de sterkteverhouding kunstlicht-avondlicht precies goed. Over de op basalt lijkende ruiten speelt een bewegend kunstlicht als van het noorderlicht… De camera stond horizontaal.
THE PEARL
Minder informatie, maar des te meer sfeer. THE PEARL IN DOHA (QATAR), DE PROMENADE BIJ AVONDLICHT.
ISLAMITISCH MUSEUM
Door de mensen zien we hoe groot de ruimte is waar zij vertoeven. ISLAMITISCH MUSEUM IN DOHA, QATAR.

Moment
Het moment van de dag is belangrijk. Is er zonlicht, of hebben we een bewolkte dag? Staat de zon hoog aan de hemel rond het middaguur of zijn we vlak na zonsopkomst of vóór zonsondergang bij de locatie? Zeker nieuwbouw met veel transparantie door glas en staal, zoals het enorme EPO-patent­gebouw in Rijswijk, of Harpa in Reykjavik moeten het van het moment hebben.
Betrek ook de omgeving in je opnames, de verhoudingen worden daardoor duidelijk. Benut reflecties in vijvers als die er zijn. Ga eens veel verder weg en zoom in op transparante wanden. Soms duren de opti­male lichtmomenten slechts enkele minuten. Zorg dat je klaar staat op de bedoelde plaats. Het bouwmoment, met mensen in specifieke acties, momenten van beweging in kranen of graafmachines kan ook veelzeggend zijn. Mensen in een groot gebouw laten zien hóe groot dat wel niet is.
Ook het jaargetijde speelt een belangrijke rol. Het blad aan omringende bomen kan veel bedekken, van een monument bijvoorbeeld. Een heldere dag in de winter levert weliswaar kale bomen op, maar biedt ook zicht op het pand. Benut goede lichtmomenten. Een fotograaf vertelde me eens dat hij wel vijf keer terug was geweest om een groot overheidsgebouw in optimaal licht te fotograferen.
Nu zijn er apps, zoals The Photographers Ephemeris (TPE), die je veel informatie verschaffen over de afstand, reistijd, het weer en de ligging van een object.

raw-opname
Zo zag de raw-opname er uit, nog onbewerkt in Adobe Camera Raw. Er werd dus niet geflitst. Het wit is volledig gedetailleerd.
BIJKREPEL
De opname na de bewerking. Er blijkt dus veel marge in de schaduwen. Die kun je bij een correcte belichting én een lage ISO-gevoeligheid zonder ruis of verlies van details flink ophalen. INTERIEUR GALERIE BIJKREPEL OP HET LANDGOED KLARENBEEK

Licht
Architectuurfotografie omvat het fotograferen van exterieurs en interieurs. Je kunt het heersende licht buiten benutten en later op de dag, in de schemering, licht toevoegen. De Real Estate Photography van peperdure panden in de VS wordt als een ultieme vorm van productfotografie benaderd, met hoveniers die de tuinen vooraf pico bello op orde brengen, tuinmeubilair dat geplaatst of juist verwijderd wordt en dergelijke. De fotograaf is met assistenten bezig plekken te zoeken voor aanvullend continu- of flitslicht. Dat mag wat kosten, ook al door de tijdrovende nabewerking van de bestanden. Bij het foto­graferen van exterieurs is licht ín het pand zinvol om daar meer informatie en sfeer in aan te brengen. Een avondopname van een hotel, waar het licht uitnodigend in brandt, is commercieel handiger dan van een hotel met gesloten vensters en donkere ramen! Tegenwoordig wordt er niet meer zo streng omgegaan met de mix dag- en kunstlicht als in de tijd van de kritische diafilms. Wel is van belang, dat meerdere opnames van dezelfde ruimte ook dezelfde lichtkleur hebben. Licht zorgt voor informatie; hier is dat heel belangrijk, omdat mensen daarnaar op zoek zijn bij het bekijken van de foto’s. Breng licht in interieurs door middel van het openschuiven van gordijnen, openzetten van deuren en door eventueel lampen aan te doen. De belichting van je opnames is hierbij ook van belang. In principe zijn belangrijke lichtbronnen zoals de ramen nog net doortekend bij daglicht.
Mijd invallend zonlicht dat witte plekken op de vloeren kan geven. In de bewerking van de raw-bestanden houd je de lichten gedetailleerd en regel je dat de donkere partijen flink helderder worden. Nu zie je ook, dat er lichten brandden, het interieur komt realistisch over, zelfs zonder flitslicht of HDR-bewerking. Een voorwaarde is, dat je met een recente camera werkt die een veel groter dynamisch bereik heeft dan modellen van een jaar of acht jaar geleden. Ook lukt dit alleen bij lage gevoeligheden, zoals ISO 100. Bij zwart-witfoto’s speelt het eventueel zwemende kunstlicht uiteraard geen rol.
Wel is van belang dat je met een rijke toonschaal van grijstinten tussen zwart en wit een realistisch ogend resultaat weergeeft.

kapsalon
Een interieur van een kapsalon. Hier werd een invulflits gegeven om zware schaduwen in te vullen en om het gele kunstlicht iets te temperen ‘richting neutraal’. Extra zorg: komt de flitsparaplu niet ergens in de spiegels terug?…

Contrast
Interieurs overdag zijn contrastrijker dan exterieurs. Komen ramen in beeld; de licht­bronnen die de binnenruimte verlichten, dan is het contrast soms zo hoog dat we daar iets mee moeten doen. Dat kan met een toegevoegd, breed (dus zacht) flitslicht in een niet-opvallende sterkte. Schaduwen worden ingevuld, zwemen iets geneutraliseerd omdat flitslicht de kleur van het daglicht heeft. Zelf werk ik graag met een witte doorzichtparaplu en maak altijd testjes ter controle: komt de flitser niet terug in een ruit of kast? Is het licht niet te helder?
Kun je indirect flitsen via een (niet te hoog) wit plafond, benut dat dan, tenminste als dat plafond zelf niet in beeld komt. Natuurlijk kun je een opname zonder flitslicht als laag daar overheen zetten en zo zijn er meer handige trucs om flitslicht te benutten, maar het niet afleidend te tonen.

grijstinten
Als we kleuren vervangen door grijstinten, zwart en wit, moet in principe de toonschaal compleet zijn.
HDR Pro
Samenvoegen tot HDR Pro in Photoshop. Vier opnames van +2 tot en met -1 stop volstonden. De voorinstelling Aangepast geeft je veel controle.

HDR
Ook het maken van een reeks belichtingen, van bijvoorbeeld +2 tot en met -2 stops om deze gestapeld te ontwikkelen als HDR is een mogelijkheid om grote contrasten te overbruggen. In Photoshop is Samenvoegen tot HDR Pro een goede, realistisch ogende methode. Gebruik dan de voorinstelling Aangepast, als het resultaat realistisch ogend moet zijn. Mag het wat aansprekender met vollere kleuren en veel meer structuurherkenning, dan kun je goed aan de slag met de NIK plug-in HDR Efex Pro2. Ook hier geldt uiteraard, dat opnameseries hetzelfde moeten ogen.

Enkaterrein
Bouwterrein met schoorsteen (monument)
op het Enkaterrein te Ede. Richten we de camera
omhoog, dan lijkt de schoorsteen om te vallen.
opwaartse shift
Maar met een opwaartse shift van enkele millimeters
en een loodrecht opgestelde camera, blijven
alle verticale lijnen evenwijdig aan elkaar. De kwaliteit
van het bestand is bovendien hoogwaardig.
Bewerken-Transformatie-Vervormen
In Photoshop kunnen we met Bewerken-Transformatie-Vervormen de
convergerende lijnen ook rechtzetten. Maar kijk eens hoe je het bestand hebt
uitgerekt! In sterke vergrotingen zie je het ontstane kwaliteitsverlies terug.

tilt shiftTilt & shift
De opname van een deel van de zuilengalerij in de Grote Moskee in Muscat heeft minimaal naar elkaar toe lopende verticale lijnen. Zou ik dichterbij hebben opgenomen, dan had ik de camera meer omhoog hebben moeten richten met sterkere convergerende lijnen. Met het omhoog (of omlaag, maar ook zijwaarts) schuiven van het voorste deel van een T&S objectief, het ‘shiften’ kun je in een loodrechte cameraopstelling de verticale (en horizontale) lijnen in beeld evenwijdig houden. Vroeger werd dit met de technische camera gedaan en nog steeds kun je met behulp van een Cambo Actus camera met huidige camera’s

en lenzen daarop dit effect realiseren. Fotograaf Jan van Dalen vindt deze werkwijze tijdrovend. Hij neemt loodrecht op en snijdt overtollig beeld zoals teveel voorgrond of lucht er in de nabewerking af. Staat het geheel nog niet perfect recht, dan doet hij dat in Photoshop met Beeld selecteren, Bewerken-Transformatie-Perspectief.
Met een opwaartse shift blijven de verticalen loodrecht en dus evenwijdig aan elkaar én verlies je geen beeldgedeeltes. Er is een sterke, verliesgevende nabewerking nodig om een opname met convergerende lijnen recht te zetten. Het tilt-mechanisme van een T&S lens maakt het mogelijk om het scherptevlak ergens anders te leggen dan evenwijdig aan de sensor. Daartoe wordt dat lensdeel iets gekanteld: op- of neerwaarts, naar rechts of links.
Op je scherm is het beeld vrij klein, vergroot dus een testje met live view op 100% en scrol over het hele beeld, om er zeker van te zijn dat de af te leveren opname perfect scherp is waar jij dat wilde. In plaats van met T&S wordt nu veel met Focus Stacking gefotografeerd. Daarbij wordt met meerdere opnames vanaf statief de scherpte steeds een stukje verder weg gelegd. De software selecteert tijdens de bewerking alleen de scherpe gedeeltes en voegt die samen tot één geheel scherp beeld. T&S objectieven zijn zeer prijzig en je moet ermee leren werken. Slordigheden worden genadeloos afgeschaft. Sommige fotografen vinden het tilt-effect alleen ‘leuk’ om daar miniatuur-effecten mee te creëren: je tilt de lens dan extreem de verkeerde kant op, waardoor er één scherpe baan overblijft. Dat kun je trouwens ook in Photoshop nabootsen.

Het nodale punttheater
Dit jaar had ik het geluk in Qatar en Oman te mogen zijn. Twee fascinerende, rijke oliestaten aan de Perzische Golf. Het hyper-moderne, maar klassiek ogende Operagebouw in Muscat werd bezocht en daarvoor had ik een APS-C systeemcamera met 16-55 mm lens bij me. Het was vakantie, geen werk dus. Met ISO 3200, F4 en 1/30 seconde uit de hand kon ik een van drie opnames spatscherp opnemen.
Daardoor aangemoedigd gokte ik op een nog bredere opname vanuit een ander stand­punt, maar nu met drie opnames, loodrecht, om deze naderhand samen te voegen tot één breedbeeld-/panoramafoto. Ook dit lukte wonderwel. De drie geopende bestanden maak je tijdens de bewerking tot één geheel met Bestand-Automatisch-Photomerge.
Hier de eerste, automatische optie. Met een T&S-lens zou ik in verticale camerapositie (meer hoogte in beeld) en een lichte opwaartse shift ook een breed beeld hebben kunnen maken, maar dan zonder die tonvormige vertekening. Je verschuift het lensdeel immers evenwijdig aan het sensorvlak. Vervolgens maak je drie opnames: links, midden en rechts shiftend. De samengevoegde opname zou lijken op één opname met een ultragroothoek maar dan zónder die kenmerkende overdreven verdwijnlijnen en enorme dieptewerking. Maken we een panorama-opname in de bergen bijvoorbeeld, dan kunnen we dat door de camera laten doen. We bewegen deze via een aangegeven lijn van links naar rechts. De software stitcht de vloeiende opnames (voegt dit samen), tot een breed, panoramisch beeld. Maar staat er op bijvoorbeeld 3 meter afstand een boompje, dan gaat het daar mis: de takjes verspringen of er ontstaat een ander soort vervorming. Deze parallaxfout zal ook ontstaan als je in kleinere binnenruimtes fotografeert. Het snijpunt van lichtlijnen in het objectief moet loodrecht boven het draaipunt, zeg maar de middenzuil van je statief worden geplaatst om die fout te vermijden. Dat nodale punt ontdek je door de camera-combinatie op een (macro-) slede naar achteren te verschuiven:

Werkwijze
– Plaats een dunne paal, bijvoorbeeld een lampstatief, op ongeveer 3 meter van de camera.
– Stel de camera zo op, dat die ‘lijn’ in de achtergrond samenvalt met een andere lijn, zoals een verwarmingsbuis.
– Zet live view aan. Roteer nu de camera naar links en rechts. Je ziet dan op het lcd, dat het lampstatief zich verplaatst ten opzichte van de verwarmingsbuis.
– Beweeg nu de camera enkele centimeters naar achteren over het bankstuk. Je ziet bij links-rechts verdraaiing dat de verspringing kleiner is dan eerst.
– Ga door met dit onderzoekje totdat het lampstatief niet meer verspringt ten opzichte van de verwarmingsbuis en onthoud of markeer dit punt op het bankstuk.

Het interieur van mijn studio werd zonder problemen of fouten gestitcht uit zeven opnames, elkaar ongeveer 50% overlappend. Ook met roterende camera’s (meestal voor rolfilm) kun je dit effect bereiken. Google maar eens naar ‘Noblex PRO 120 Panorama Camera voor 180°’. Digitale panorama-camera’s zijn er in veel maten, uitvoeringen en prijsklassen, zoals de Nikon KeyMission 360, de Ricoh Theta of de Insta 360 One voor iOS. Zulke camera’s hebben echter een zeer beperkte resolutie die meer geschikt is video en/of internet, en geen lcd-scherm voor instellingen en controles.

nodale punt
Interieur, opgebouwd uit zeven opnames en met de lens in het nodale punt. Zonder artefacten!

Veiligheid
Is fotografie jouw hobby of werk? Dat laatste wil niet zeggen dat je er minder gepassio­neerd mee bezig bent, maar wél, dat er een afleverbaar eindproduct binnen een vastgestelde tijd op tafel moet komen. Je bent bevoegd en in het bezit van het veiligheidscertificaat VCA-Vol. Je let op jouw veiligheid en die van anderen: men weet wie en waar je bent; je bent telefonisch te bereiken. Je hebt behalve je fotografische equipment bij je:
– 1 veiligheidsbril
– 2 paar veiligheidsschoenen
– 2 helmen met korte zonneklep (in verband met de camera)
– 2 hesjes, te gebruiken bij het spoor
– 1 harnas voor werken in kranen
– 1 set gehoorbeschermers
Dubbele aantallen heb je bij je in verband met beschadiging. Is er eenmaal een val met een helm geweest, of is daar een zwaar object op terecht gekomen, neem dan de nog ongebruikte. De steigers moeten veilig gekeurd zijn. Ook moet men je informatie geven over de gevaren in de gebouwen, waaronder de aanwezigheid van asbest.
Voor het mogen vliegen met een drone boven een bouwlocatie gelden weer andere, specifieke eisen.

urbex
Mensen verschillen; hun talenten, vaardigheden, gerichtheid, enzovoorts. Waar de één een realistische weergave nastreeft vindt de ander dat te suf: hij of zij wil meer ‘dramatiek’, of karakter zo je wilt.

Jouw visie
Waar de ene fotograaf de rust en het sacrale zoekt door middel van symmetrie in zijn opnames, kiest de ander voor meer dynamiek.
Zonder mensen in beeld zien we de verhoudingen minder snel, maar is de opname vaak ook statischer en ‘leger’. Houd je van groot-hoekopnames dichtbij voor een meer documentair gevoel of blijf je liever op grotere afstand voor een spel van vlakken? Dat geldt ook voor jouw kleurgebruik: is dat meer ingehouden of verzadigder? Zet je de contrasten iets meer aan om het verschil tussen lichten en schaduwen te benadrukken? Toon je veel schaduwdetaillering? Het gaat er niet om wáár je zoal bent geweest, maar hóe je de werkelijkheid daar hebt benaderd, geselecteerd en bewerkt. Doordat ik in het verleden meermalen met fotografen mee ben geweest of workshops heb gevolgd, weet ik dat imiteren geen zin heeft. De benadering van het onderwerp is iets persoonlijks. Je bent in het verleden gevoed met beelden, geluiden, allerlei ervaringen en die bepalen jouw visie op de dingen. We zien dat goed bij fotografen die dat sterk hebben vastgehouden, gecultiveerd en uitgewerkt, zoals David Lachapelle (Groninger Museum tot 28 oktober 2018). Het theatrale, de humor, de diepere lagen in zijn werk passen bij hem en niet bij jou. In jouw architectuurfoto’s kun je misschien wel commentaar leveren op de megalomane, misplaatste positie van een gebouw temidden van een burgerlijke woonwijk… Niet eenvoudig. Waar zien we jouw vingerafdruk?

De lockers in de foto, maar ook de pilaar vooraan en die links zijn scherp afgebeeld dankzij een tilt rechtsom van slechts 1,5°. Het hele schuine vlak is dus scherp, ook ‘virtueel’ buiten het beeld doorlopend. Maar de muurtjes rechts worden naar achteren toe snel onscherp weergegeven. Deze opname ontstond met F6,7 op het 24 mm EF TS-E objectief.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Geef je reactie!
Schrijf hier je naam