Beurs en lezingen over kleurbeheer

Kleurenfotografie is al decennia lang de standaard, en toch kost het nogal wat moeite om op je beeldscherm of afdruk precies de kleuren te krijgen zoals je ze herinnert. Het klopt vaak wel ongeveer, maar voor fotografen die echt precies altijd de gewenste kleuren terug willen zien is dat niet genoeg. Om het echt te regelen moet je er wat voor doen!

0
369
Kleur management
Kleuren mengen met verf is de gevoelsmatige manier om de gewenste kleur te maken. Voor digitale fotografie zijn er gelukkig technische hulpmiddelen.

Betere kleur Betere foto!
Soms maak je een foto die je ook graag als een mooi verzorgde print zou willen hebben. Maar om dat voor elkaar te krijgen heb je kennis nodig van kleurbeheer.
Wil je hier meer over weten kom dan naar de gratis Microbeurs Color Management bij Fotogram.
Er zijn diverse lezingen rondom dit onderwerp en je hebt ook de mogelijkheid om vragen te stellen. Daarnaast zijn er verschillende importeurs aanwezig met de apparatuur die je nodig hebt om jouw kleurbeheer onder controle te krijgen.

Lezingen:
11.00 uur: Eduard de Kam
12.30 uur: Florine van Rees
14.30 uur: Margaretha Svensson
15.30 uur: vragenuurtje Eduard de Kam
datum: zaterdag 3 november 2018
locatie: Fotogram
Sarphatistraat 35, Amsterdam
tijd: 10-16.30 uur
De entree is gratis!

Printworkshop
Op zaterdag 10 november geeft Eduard de Kam een printworkshop waar bezoekers van de Microbeurs met 10% korting aan kunnen deelnemen.
datum: zaterdag 10 november 2018
locatie: Fotogram
Sarphatistraat 35, Amsterdam
tijd: 10-16 uur
Kijk voor alle informatie op: fotogram.nl



Kleur. Waarom gaat het niet vanzelf goed?

Een deel van het probleem zit in de fotografische techniek. De lichtgevoelige materialen maakten vroeger geen onderscheid naar de kleur van het licht en de huidige digitale sensoren doen dat ook niet. De methodes om kleurenfoto’s te maken zijn eigenlijk altijd hetzelfde gebleven. De opname wordt in drie delen gesplitst, waarbij drie kleurenfilters gebruikt worden om elk van die opnames een ander deel van de kleurinformatie uit het licht te laten vastleggen. Kleurenfilms in de ‘analoge tijd’ gebruikten drie lagen waarin de drie hoofdkleuren werden opgeslagen. Bij diafilms kreeg je een positief beeld na het ontwikkelen. Als fotograaf (of laborant) had je dan nauwelijks invloed op de kleuren van het resultaat. Fotografen die er greep op wilden houden moesten gebruik maken van kleurenfilters ter correctie.

Witbalans
Alleen het probleem van de witbalans van verschillende soorten licht bleef en met het toenemen van de gevoeligheid van het materiaal en de opkomst van andere soorten kunstlicht werd dat een steeds groter probleem. Bij kleurnegatieffilm werden de witbalansproblemen opgelost door het laboratorium dat eerst handmatig, later geautomatiseerd zorgde voor een acceptabele kleurweergave bij de afdrukken. Bij de betere vaklaboratoria werk(t)en de meest capabele laboranten, ze zorgen voor de kleurweergave die de fotograaf wil. En voor het afdrukken van de dia’s in tijdschriften en boeken zijn er de lithografen die de geheimen van het drukproces met zijn eigen vier kleuren volledig onder controle hebben. Kleur in de analoge tijd was kortom maar heel gedeeltelijk een probleem voor de fotograaf.

Kleur beheer
Technisch valt alles te meten aan een kleur. Hier de samenstelling van het licht van een TL-buis. Dat er kleuren in het spectrum ontbreken is wel te meten, maar niet te zien.

Digitaal
Ook een digitale camera splitst de opname in drie kleuren. Rood, groen en blauw vormen de basis waaruit de meeste kleuren kunnen worden samengesteld. En op een beeldscherm worden de kleuren weer opgebouwd uit dezelfde drie kleuren. Dat klinkt alsof een accurate kleurweergave automatisch ontstaat, maar dat is niet zo omdat er veel meer speelt. Zo gaat de simpele aanduiding rood, groen en blauw voorbij aan het feit dat er veel soorten van die kleuren mogelijk zijn. Bij de opname heb je te maken met de kleur van het licht en bij de weergave weer met de kleur van de lichtbron in het beeldscherm. De camera bevat nog allerlei andere keuzemogelijkheden die invloed hebben op het karakter van de kleurweergave bij de jpeg-bestanden. Bij het openen van de opnames die je in raw fotografeerde kom je dergelijke keuzes weer in de software tegen. Er zijn veel verschillende beeldschermen die allemaal een verschillend beeld geven. Een printer gebruikt inmiddels meestal meer dan de vier drukwerkkleuren, en je kunt ook nog eens kiezen uit onwaarschijnlijk veel papiertypes die allemaal anders omgaan met de inkt, met telkens weer net iets andere kleuren als gevolg. Dat levert dan een situatie op waarbij je als fotograaf niet meer zoals vroeger alles op het terrein van kleur kunt uitbesteden, je bent er nu voor het grootste deel zelf verantwoordelijk voor.

Oog en zien
Naast alle variatie binnen de apparatuur waarin toch steeds dezelfde kleuren getoond moeten worden is er nog een bijkomend punt. Dat is de kleur van het licht waarbij je naar de foto’s kijkt. Dat kan bij de opname of het bekijken van een afdruk invloed hebben op je waarneming van de kleuren, maar zelfs bij het kijken naar een beeldscherm heeft het soort licht invloed. Niet omdat de kleuren op het beeldscherm er anders van worden, maar omdat je ogen zich aanpassen aan de kleur en de helderheid van het omgevingslicht. Die aanpassing leidt er dan toe dat je de foto op het beeldscherm anders ziet. Is het heel helder rondom het beeldscherm, dan lijkt de foto donkerder, en als het licht te geel van kleur is lijkt de foto juist minder geel dan hij eigenlijk is. Ga je de foto aanpassen dan krijgt de foto een afwijking die hetzelfde is als de afwijking van het licht op je werkplek.

Kleurmanagement
De pixels van een beeldscherm. De naast elkaar liggende kleuren zie je normaal niet, daarvoor zijn de pixels te klein. Alleen de mengkleur blijft over.

Oplossingen
Er zijn allerlei oplossingen om de kleurweergave van je foto’s onder controle te krijgen. De technisch gezien beste en de enige die professioneel inzetbaar is, vereist investeringen in hulpapparatuur. Maar ook zonder dat kun je zorgen voor een hogere betrouwbaarheid die teleurstellingen kan voorkomen. Bij het fotograferen kun je leren de witbalans systematisch te gebruiken. Niet op de automaat omdat die wisselende resultaten levert, maar met vaste instellingen. Je moet ook leren om binnenshuis een gemeten witbalans in te stellen omdat je nooit kunt weten wat de kleur van het licht daar is. Op die manier haal je veel onzekerheid uit de kleurweergave waardoor je de witbalans achteraf wellicht niet meer hoeft te wijzigen. Om te weten wat je ziet op je beeldscherm is een eerste vereiste dat de verlichting op je werkplek altijd precies hetzelfde is. Anders kan het zo zijn dat je een al aangepaste foto later toch niet goed vindt omdat de verlichting anders is geworden. Hoewel dat simpel klinkt kan het voor mensen die geen aparte werkkamer hebben toch lastig zijn. En wanneer je zelf wilt printen kun je het beste papier (en inkt!) gebruiken dat door de printerfabrikant geleverd wordt, de instellingen daarvoor zijn altijd aanwezig in de print software.

Professionele mogelijkheden
Ga je er professioneel voor, dan zijn er uiteraard veel meer mogelijkheden om te investeren in apparatuur, kennis om daar mee om te gaan zodat je zeker weet dat de kleuren van je foto’s zijn zoals je ze hebben wilt. Naast de witbalans is er dan het cameraprofiel en eventueel een kleurmeter. Je zult je beeldscherm moeten kalibreren, en ook in elk geval je werkplek goed inrichten. Als je dat wilt kun je zelf printerprofielen gaan maken met de daarvoor verkrijgbare meetapparatuur en bijbehorende software. Prettig is wel dat al de instellingen van software en apparatuur inmiddels beter met elkaar samenwerken dan in de beginjaren van de digitale fotografie. Je moet nog steeds wel weten wat je moet doen, maar het is minder foutgevoelig dan het was.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Geef je reactie!
Schrijf hier je naam