Hoe kies je een monitor voor fotobewerking?

Je bent op zoek naar een nieuwe monitor om je foto's te bewerken. In de winkel en online vind je tientallen, zo niet honderden verschillende modellen in alle maten en prijzen. Hoe selecteer je nu de beste monitor voor beeldbewerking? Tekst: Ger Meesters

0
1365
Een monitor voor beeldbewerking
Hoe selecteer je nu de beste monitor voor beeldbewerking?

Om het ons enigszins gemakkelijk te maken gaan we uit van een monitor met een beelddiagionaal van 27 inch: net wat groter dan de meeste computerschermen, maar niet zo groot dat je meteen een nieuw bureau en/of nieuwe werkkamer nodig hebt. Dit formaat komt overeen met de grootste iMac van Apple, waarmee het fijn werken is. Er zijn natuurlijk grotere en vooral bredere schermen, zoals er ook kleinere schermen zijn.

Eigenschappen om op te letten
In principe kun je elke monitor gebruiken voor beeldbewerking, maar er is een aantal kenmerken op te sommen, waardoor het ene scherm beter geschikt is dan het andere. Bij de keuze van een goede monitor voor jou moet je daarom uitgaan van die eigenschappen die bepalen of de monitor geschikt is voor beeldbewerking in jouw situatie. Een daarvan hebben we hierboven al aangestipt: het formaat. Weet je niet zeker welke maat jou het beste uitkomt, dan loont het om naar een fysieke winkel te gaan, waar je de modellen ook daadwerkelijk met elkaar kunt vergelijken. De belangrijkste eigenschappen om op te letten zijn verder: de resolutie, de paneeltechniek, de homogeniteit van het scherm, de kleurdiepte, wel of geen kap, wel of geen hardware-kalibratie en de ergonomie. Voor beeldbewerking gelden overigens niet dezelfde eisen die je zou stellen aan een scherm voor gaming. Voor gaming is bijvoorbeeld de reactiesnelheid veel belangrijker dan voor beeldbewerking, terwijl de kleurweergave minder kritisch is.

Resolutie
Omdat je bij beeldbewerking dichter op het beeldscherm zit dan bij televisiekijken, dien je te letten op het formaat van de afzonderlijke pixels. Tot voor kort gold Full HD (1920 x 1080 pixels, beeldverhouding 16:9) als dé standaard voor televisieschermen en ook veel kantoormonitoren hebben die resolutie. Of het scherm nu 21 inch in diameter was of 40 inch, ze hadden allemaal evenveel pixels. De pixels op een 40 inch-scherm zijn dan ook veel groter dan die van zo’n 21 inch-scherm. Het van dichtbij bekijken van zo’n 40 inch-scherm op een bureau is dan ook geen goed idee, omdat je je al snel zult gaan ergeren aan die grove pixels. De nieuwste 4K-schermen (ofwel UltraHD-schermen) zijn een verbetering, maar 4K-tv’s zijn vaak ruim groter dan 40 inch en dat is wel wat overdreven op een bureau. Het Retina-scherm van Apple, waarbij je met het blote oog geen afzonderlijke pixels kunt onderscheiden loopt zelfs door tot 5K, zoals dat van de nieuwste Apple iMac Pro met een schermresolutie van 5120 x 2880 pixels (27 inch). De 21,5 inch Apple iMac met Retina-scherm heeft een schermresolutie van maximaal 4096 x 2304 pixels.

Resolutie van monitoren vergeleken.
Hoe meer pixels, hoe hoger de resolutie.

Deze geïntegreerde schermen werken vanzelfsprekend perfect samen met de rest van de hardware. Koop je een los 4K-scherm bij je Windows-computer, dan dien je ervoor te zorgen dat je Windows 10 als besturingssysteem hebt geïnstalleerd en dat de grafische kaart in staat is die resolutie te verwerken en je beschikt over de juiste aansluitingen (HDMI 1.4, Display Port 1.2 of MiniDisplay).
Vrijwel alle ‘gewone’ 27 inch-schermen hebben tegenwoordig een resolutie van 2560 x 1440 pixels en dat is een prima alternatief voor 4K-schermen. 4K biedt als voordeel uiteraard dat je meer ruimte op je scherm hebt voor gereedschapspaletten en dergelijke (al zullen de teksten soms wat klein zijn) en dat je je 4K-video’s in optimale resolutie kunt bekijken.

Paneeltechnologie
De oudste techniek om lcd-schermen te maken wordt TN genoemd, wat staat voor Twisted Nematic, wat verwijst naar hoe de vloeibare kristallen zijn gerangschikt in de UIT- en AAN-status. Het grootste voordeel is de korte responstijd, het grootste nadeel de met de kijkhoek veranderende kleurweergave, zeker bij de goedkopere exemplaren. Hierdoor zijn TN-schermen ongeschikt voor beeldbewerking, omdat je de kleuren niet betrouwbaar en consequent kunt beoordelen. De VA-schermen, wat staat voor Vertical Alignment, komen in twee ‘smaken’: PVA (Patterned Vertical Alignment) en MVA (Multi-domain Vertical Alignment). De kleuren veranderen niet zo sterk met de kijkhoek, maar ze worden alleen in de duurdere schermen betrouwbaar weergegeven. Ze hebben wel een betere contrastratio tussen wit en zwart, maar de responstijd is vaak aan de lage kant wat kan zorgen voor ghosting- of na-ijl-effecten. Dit laatste effect is ongewenst bij gaming-monitoren, maar minder ernstig bij beeldbewerking.
De beste schermtechniek voor beeldbewerking bieden IPS-schermen. Deze afkorting staat voor In-Plane Switching en de techniek zorgt voor een betere kleurenweergave, ongeacht de kijkhoek. Bij Super-IPS-schermen zijn inmiddels ook de responstijden beter geworden en ook de zwartwaarden worden beter weergegeven met een beter contrast tot gevolg. Er zijn heel wat varianten van IPS-schermen op de markt verkrijgbaar: AH-IPS, E-IPS, H-IPS en P-IPS, terwijl ook PLS- (Plane to Line Switching) en AHVA- (Advanced Hyper-Viewing Angle) schermen tot deze categorie behoren. Een duidelijk overzicht van alle verschillen tussen deze technieken vind je hier . Vooral de AH-IPS-schermen van LG Displays zijn erg populair, ook bij andere merken. AH-IPS staat overigens voor Advanced High Perfomance IPS. Ook al is IPS dé techniek voor beeldschermen die geschikt zijn voor beeldbewerking, dan nog is dat niet het enige criterium, en de spreiding in prijzen is enorm.

Uniformiteit
Waar je goed op moet letten bij de aanschaf van een monitor is of het scherm wel een egaal beeld oplevert, of er dus delen zijn die mogelijk wat donkerder of lichter tonen dan andere. Een ideaal scherm zal een egaal wit vlak moeten kunnen tonen, zodat er ook geen kleurverschillen optreden tussen de verschillende delen van het scherm. Vooral bij extra brede schermen kan dit een probleem zijn. Hoe duurder het scherm, hoe homogener het beeld zal zijn. Bij goedkope schermen zal de tonaliteit soms variëren met de achtergrondverlichting, terwijl eventuele verschillen bij duurdere schermen worden gecompenseerd, zodat alle kleuren op elk deel van het scherm identiek worden weergegeven.

Egaliteit van monitoren.
De betere monitoren zorgen voor een egaal beeld, zoals hier bij de EIZO CG248-4K met DUE (digital uniformity equalizer).

Kleurdiepte
Wat echt zorgt voor prijsverschillen zijn onder meer de in de schermen ingebouwde LUT-tabellen. Een LUT (Look Up Tabel) is een ingebouwde tabel waarmee het scherm de vanaf de computer ontvangen kleurinformatie omzet naar de op het scherm weergegeven kleuren. De goedkopere schermen hebben een 8 bits LUT, waarmee bijvoorbeeld een grijswaardenverloop in 256 tinten kan worden weergegeven (en RGB in 16,7 miljoen kleuren), die van duurdere modellen hebben een kleurdiepte van 10 bits of 1024 tinten (resp. 1 miljard) en nog duurdere 12, 14 of zelfs 16 bits (intern, met een uiteindelijke 10 bits kleurweergave op het scherm).
Het is echter de vraag of dat echt een verschil maakt voor de gemiddelde fotograaf. Waar je op kunt letten is wat de fabrikant aanbiedt bij het aantal weergegeven kleuren: “1 miljard kleuren” zegt dan minder dan “100 procent van het sRGB-spectrum of het AdobeRGB-spectrum”. Omdat de meeste beelden tegenwoordig via internet worden verspreid is 100 procent sRGB-dekking, of voor mensen die hun beelden afdrukken 99 procent AdobeRGB, een prima score (die je alleen bij de duurdere modellen vindt). Overigens zullen de allergoedkoopste schermen slechts een 6 bits LUT hebben (64 grijswaarden of 262.144 kleuren) en worden de overige waarden van de geclaimde 16,7 miljoen kleuren er via Advanced Frame Rate Control (A-FRC) softwarematig bijberekend (dithering), wat zorgt voor een minder nauwkeurige kleurweergave. Dit is in de specificaties niet altijd duidelijk terug te vinden.

sRGB vs. AdobeRGB vs. CMYK
Afhankelijk van de kleurdiepte waarmee de monitor werkt varieert ook het aantal weer te geven kleuren. Waarvoor de beelden bedoeld zijn bepaalt het te gebruiken kleurenmodel. Voor internet is dat sRGB (oftewel standaard RGB, waar RGB staat voor rood, groen en blauw). De meeste mensen zullen ook hun camera instellen op sRGB, waardoor de jpegs direct via internet verspreid kunnen worden. De meeste camera’s kunnen ook ingesteld worden op het iets ruimere AdobeRGB, wat vooral nuttig is als je de jpegs naderhand nog wil bewerken. Voor raw-bestanden maakt deze camera-instelling geen verschil, omdat je de kleurruimte nog bij de raw-conversie kunt kiezen (evenals de kleurdiepte). CMYK – Cyan, Magenta, Yellow, BlacK – heet het kleursysteem dat in de drukkerswereld wordt gebruikt. Deze kleurruimte is nog iets kleiner dan sRGB, waardoor niet alle kleuren kunnen worden afgedrukt, en ligt er voor een deel buiten. CMYK valt wel geheel binnen AdobeRGB. Overigens kunnen sommige camera’s ook fotograferen in ProPhotoRGB, dat zelfs delen van het niet-zichtbare spectrum omvat, en kun je bij de beeldbewerking werken met Lab-kleuren, oftewel het gehele zichtbare spectrum (dat je echter niet in zijn geheel kunt zien op je scherm en ook niet kunt afdrukken).

Kleurruimtes vergeleken
sRGB vs. AdobeRGB vs. CMYK

Kleurruimte (gamut)
Het is van belang welk deel van het kleurenspectrum een monitor kan weergeven. Hoe meer hoe beter zou je zeggen, maar als je alleen voor het web aan het werk bent, is dat wellicht wat overkill. Voor prepress-werkzaamheden in de grafische industrie en fotografen die de hoogste eisen stellen, kun je echter maar beter meer dan minder kleuren hebben. Werk je in AdobeRGB en vertoon je de beelden in Microsoft Explorer, dan zal het resultaat tegenvallen. Werk je voor prepress dan moet je er rekening mee te houden dat er in het CMYK-systeem nog minder kleuren mogelijk zijn dan in sRGB en dien je te werken met kleurprofielen die door de drukker zijn verstrekt. Andere kleurruimtes waaraan soms wordt gerefereerd zijn DCI-P3 of wide gamut, dat is ruimer dan AdobeRGB, en wordt onder meer gebruikt in de nieuwste Apple iMac Pro en Microsoft Surface Studio. Soms wordt verwezen naar de NTSC-kleurruimte, die in 1953 werd gedefinieerd voor het Amerikaanse kleurentelevisiesysteem. Deze kleurruimte is groter dan zowel sRGB, AdobeRGB als DCI-P3.

Ergonomie
Hoewel de kleuren van IPS-schermen dus niet zo sterk variëren bij een wijzigende kijkhoek, is een optimaal zicht op de monitor toch van het grootste belang. Zorg ervoor dat je recht voor het scherm zit op een stoel die aangepast is aan de hoogte van het werkblad van je bureau. Een goed scherm is zo kantelbaar dat je de beste kijkhoek altijd kunt instellen, ongeacht hoe je op je stoel zit. Goedkope schermen zullen door hun wat lichte en plasticachtige constructie in het algemeen wat lastiger in te stellen zijn dan duurdere, waarvan de ophangconstructie vaak ‘heavy duty’ is en moeiteloos jaren van intensief gebruik doorstaat. De ruimte waarin je werkt en vooral de verlichting van die ruimte zijn ook voor een deel bepalend voor de kleurweergave van het scherm. Heb je de mogelijkheid om in een eigen ruimte te werken – in plaats van in een hoekje van je woonkamer – zorg dan voor gedempte verlichting in een neutrale kleur en plaats je scherm zo mogelijk voor een wand die je eveneens neutraal grijs kunt schilderen. Hierdoor komen je ogen tot rust en zul je minder snel afgeleid worden. De duurdere schermen die specifiek bedoeld zijn om te worden gebruikt voor beeldbewerking worden vaak geleverd met een losse kap die op het scherm gemonteerd kan worden. Vooral in omgevingen waarin je last kunt hebben van omgevingslicht, zal zo’n kap zijn gewicht in goud waard zijn. Wordt de kap niet standaard meegeleverd, dan is hij wel vaak als accessoire te koop.
Sommige mensen geven de voorkeur aan een mat scherm boven een glanzend scherm, waarin een fel verlichte omgeving zou kunnen reflecteren. Apple’s iMacs en MacBook Pro’s hebben zo’n glanzend scherm en de praktijk leert dat je nauwelijks hinder ondervindt van ongewenste reflecties.
Kies je voor een kwalitatief zeer goed en kostbaar 24 inch-scherm, dan zou je kunnen overwegen een goedkoper tweede scherm ernaast te gebruiken, waar je de gereedschaps-paletten en dergelijke van je fotobewerkingsprogramma kwijt kunt. Zo heb je het hele scherm beschikbaar voor het beeld zelf. Uiteraard kan dit ook als je een 27 inch-scherm hebt.

Kalibratie van een monitor.
De meeste – maar niet alle – monitoren kunnen hardware-matig worden gekalibreerd.

Kalibratie
Vanaf de fabriek worden de meeste schermen gekalibreerd afgeleverd en de goedkopere modellen kunnen in het algemeen niet hardware-matig worden gekalibreerd. De duurdere hebben of een ingebouwde hardware-matige kalibratiemogelijkheid, of ze kunnen met een extern systeem hardware-matig worden gekalibreerd. Wie uit is op door de jaren heen consequent kleurenbeleid is op deze duurdere systemen aangewezen.

Conclusie
Met de informatie in dit artikel ben je gewapend om je weg te vinden in het ruime aanbod. Ben je in de markt voor een nieuwe monitor, dan kunnen we aanraden om de aankoop te doen in een winkel waar je ook daadwerkelijk voor het scherm kan gaan zitten. Niet per se om de kleuren te beoordelen, maar vooral de ergonomie: kan het scherm wel op de juiste hoogte geplaatst worden, is de kijkhoek goed, et cetera. Je zal vaak genoeg voor je monitor zitten: kies er dus een die je past.

Geef een reactie